William Schrikker Groep rss  
Organisatie
Andere jeugdzorg
Doelgroep
     Doelgroep
     Uitleg stoornissen
Klachtenregeling
Pers & media
Interviews
Voorbeelden uit de praktijk
Brochures
Contact
 
LeesVoorDownload_mp3  
 
 

 
 

Beginpagina William Schrikker Groep
 
 
 
 

Uitleg stoornissen

 




Wat is de autistische stoornis?

Mensen met de autistische stoornis heeft drie kenmerken:
  • Ze vinden het heel moeilijk om met anderen om te gaan.
  • Ze hebben taalproblemen (ze praten niet en als ze wel praten, komt het niet tot een echt gesprek).
  • Ze kunnen niet tegen verandering, maar willen graag dat alles hetzelfde blijft.
Als deze kenmerken duidelijk aanwezig zijn, heeft iemand de autistische stoornis. Een (kinder)psychiater stelt de diagnose. De autistische stoornis kan niet worden genezen. Wel zijn er manieren om te leren omgaan met de handicap.
Er zijn weinig mensen met de autistische stoornis. De aandoening is dus zeldzaam. De autistische stoornis hoort bij de autisme spectrum stoornissen (ASS). In plaats van 'de autistische stoornis' gebruiken deskundigen tegenwoordig steeds vaker de term 'klassiek autisme'.



Wat is ADHD?
Kinderen met ADHD hebben grote moeite zich te concentreren. Verder zijn ze overbeweeglijk en impulsief. Hierdoor krijgen ze vaak problemen op school, in het gezin en in contact met andere kinderen. Veel kinderen met ADHD hebben nog andere problemen, bijvoorbeeld moeite met leren of psychische ziekten als een agressieve gedragsstoornis, een angststoornis, een depressie of ODD.
Denkt u dat uw kind ADHD heeft? Dan kunt u de huisarts vragen om een verwijzing naar een kinderarts. Die onderzoekt uw kind, stelt een diagnose en schrijft medicijnen en/of gedragstherapie voor. ADHD begint altijd voor het zevende jaar en soms al voordat het kind twee is. ADHD gaat zelden helemaal over. Wel worden veel kinderen vanaf hun puberteit wat rustiger. ADHD komt niet alleen bij kinderen voor. Ook volwassenen kunnen ADHD hebben. Sommige volwassenen hebben al ADHD vanaf dat ze kind waren. Bij anderen wordt de ADHD pas ontdekt als ze volwassen zijn. Informatie over ADHD bij volwassenen vindt u op www.adhdbijvolwassenen.nl en op www.impulsdigitaal.nl.
 


Wat is het Gilles de la Tourette syndroom?
Mensen met Gilles de la Tourette hebben tics. Dat kunnen kreten zijn, spastische bewegingen, gebaren, (scheld)woorden of het herhalen van woorden. Spanning maakt de tics erger. Ook verergeren de tics nadat iemand zich een tijdje inhoudt.
Ze verdwijnen meestal wanneer iemand geconcentreerd of ontspannen bezig is. Ook tijdens het slapen verdwijnen ze. Gilles de la Tourette begint meestal met een gewoonte-tic bij een kind. Bijvoorbeeld onverwachte, snelle spiertrekkinkjes in het gezicht, de schouders, een arm of been. Ook kan het kind vreemde geluiden maken, zoals vaak snuiven of de keel schrapen. In de loop van de tijd komen er meer tics bij. Na de puberteit verminderen de tics meestal. Mensen met Gilles de la Tourette hebben vaak ook ADHD of een dwangstoornis. Het syndroom van Gilles de la Tourette komt door een chemische afwijking in de hersenen. Er zit als het ware een los contactje in de hersenen. Het lichaam voert daardoor opdrachten uit die de hersenen helemaal niet gegeven hebben. Gilles de la Tourette is waarschijnlijk erfelijk. Op welke manier is nog onduidelijk. Vaak hebben veel mensen in de familie tics, een dwangstoornis en/of ADHD. Gilles de la Tourette is niet te genezen. Bepaalde medicijnen verminderen de tics. Ze kunnen wel vervelende bijwerkingen hebben. Psychotherapie kan helpen om te leren leven met de tics. Daarnaast kan gedragstherapie iemand leren 'normale' woorden te roepen in plaats van scheldwoorden. Gilles de la Tourette komt vier keer vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. In Nederland hebben duizenden mensen het syndroom.



(ODD) Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis

ODD is een afkorting van oppositional defiant disorder (oppositioneel-opstandige gedragsstoornis).Kinderen met ODD zijn extreem tegendraads. Ze zijn vijandig en negatief en hebben de neiging steeds met u in discussie te gaan.
De kinderpsychiater stelt vast of een kind ODD heeft. Ze let op de volgende verschijnselen:
  • Het kind is snel driftig.
  • Het kind maakt vaak ruzie met volwassenen.
  • Het kind verzet zich tegen de regels.
  • Het kind ergert zich snel.
  • Het kind scheldt veel.
  • Het kind geeft anderen de schuld van zijn fouten.
  • Het kind is wraakzuchtig.
  • Het kind is jonger dan 18 jaar.
  • Het kind gedraagt zich al lange tijd zo negatief.
ODD gaat vaak samen met leer- en taalproblemen, depressiviteit en ADHD.
Bij sommige kinderen gaat ODD later over in CD (antisociale gedragsstoornis).
Bij anderen verminderen de verschijnselen of blijven ze hetzelfde. De behandeling van ODD bestaat uit gedragstherapie en medicijnen. Als u er vroeg bij bent, hebt u de meeste kans op resultaat. Dan is het negatieve gedrag nog niet zo ingesleten.



Wat is CD?
(Anti-sociale gedragsstoornis)
.
CD is een afkorting van conduct disorder. (In de Nederlandse vertaling: antisociale gedragsstoornis.) Kinderen met CD hebben ernstige gedragsproblemen. Ze liegen, bedriegen, stelen en manipuleren. Ze hebben geen respect voor anderen en accepteren geen tegenspraak. Vaak gebruiken ze geweld. Ze spijbelen van school. Ze blijven ook nachtenlang van huis weg zonder dat de ouders weten waar ze zijn. De kinderpsychiater stelt vast of een kind CD heeft. De volgende verschijnselen zijn belangrijk:  
  • Het kind gebruikt geweld (vechten, mishandeling, beroving, seksuele intimidatie).
  • Het kind vernielt eigendommen van een ander.
  • Het kind steelt.
  • Het kind spijbelt veel.
  • Het kind blijft weg van huis.
  • Het kind misdraagt zich al zes maanden tot een jaar zo ernstig.
  • Het kind is jonger dan 18 jaar.
Vaak hebben kinderen met CD nog bijkomende problemen zoals ADHD,
een lichte verstandelijke beperking of een autisme spectrum stoornis (ASS).
De behandeling is vaak moeilijk. Als u er vroeg bij bent hebt u de meeste kans op resultaat. Via uw huisarts of Bureau Jeugdzorg kunt u een verwijzing krijgen voor een deskundige hulpverlener. Multisysteemtherapie (MST) is een veelbelovende behandeling. 



Wat is een agressieregulatiestoornis?
Mensen met een 'agressieregulatiestoornis' (verder aangeduid als 'gedrags-
controlestoornis') kunnen zich moeilijk beheersen. Ze zijn gauw boos en gefrus-
treerd. Ze willen de regie houden. Bij tegenstand proberen zij doelbewust hun eigen zin door te drijven, soms met geweld. Vaak zijn ze niet in staat om zich op een acceptabele manier te gedragen en zich aan te passen aan de wensen van andere mensen. En als men anderen iets heeft ‘aangedaan’ kan het besef ontbreken dat die ander daaronder lijdt. Agressie en geweld, maar ook brandstichting, beroving, verkrachting en inbraak komen vaak voor bij patiënten met onvoldoende controle op agressief impulsief gedrag.
In de relationele sfeer is er regelmatig sprake van geweld tegen partner en/of kinderen. Veel van deze patiënten zijn afhankelijk van verslavende middelen.
Zij 'nemen het niet zo nauw' met regels en wetten in de maatschappij.
Het geweten, dat normaliter aangeeft wat wel en niet kan of hoort, is bij deze mensen onvoldoende ontwikkeld. Vaak komen zij hierdoor vroeger of later in aanraking met justitie. Bij deze groep mensen is er vaak sprake van een combinatie van borderline, narcistische en afhankelijkheidsproblematiek.



Wat is een hechtingsstoornis?
Kinderen met hechtingsproblemen hebben zich in de eerste jaren van hun leven niet goed kunnen hechten aan hun ouders of verzorgers. Dat komt bijvoorbeeld doordat ze opgroeien in een tehuis, van pleeggezin naar pleeggezin gaan of ernstige verwaarlozing en mishandeling meemaken. Daardoor krijgen ze gedragsstoornissen en dat geeft problemen in de opvoeding. Het is mogelijk dat hechtingsproblemen vaker voorkomen bij kinderen met een beperking en bij adoptiekinderen. Sommige kinderen met hechtingsproblemen zijn heel teruggetrokken. Ze zijn altijd op hun hoede en ze weren hun ouders of verzorgers af. Anderen gaan juist heel vertrouwd om met mensen die ze helemaal niet kennen. Ze willen soms liever blijven bij iemand die ze net hebben ontmoet dan bij hun ouders en gaan zomaar met vreemden mee zonder hun ouders of verzorgers iets te vragen. Sommige kinderen verzetten zich als iemand die ze net hebben ontmoet, weer weg gaat, zelfs als hun ouders of verzorgers erbij zijn. Het kind is dus niet speciaal gehecht aan zijn ouders of verzorgers.

Er zijn ook kinderen die zich bij hun ouders heel anders gedragen dan bij andere mensen. Ze zijn bijvoorbeeld heel roekeloos, agressief of bazig, maar alleen bij hun ouders of verzorgers. Of ze zijn heel onderdanig, heel gehoorzaam en doen precies wat hun ouders zeggen. Bij andere mensen lijken ze wel een ander kind. Sommige van deze kinderen klampen zich vast aan hun ouders als er een vreemde in de buurt is. Anderen doen bazig of bezorgd tegen hun ouders, alsof zíj de ouders zijn.
Als u hier dingen in herkent, betekent dat niet meteen dat uw kind een hechtings-probleem heeft. Een kind kan ook af en toe bazig, klamperig of overdreven gehoorzaam zijn zonder dat het een hechtingsprobleem heeft. Kinderen die zich aan niemand kunnen hechten zijn heel moeilijk te behandelen. Ook als ze in een pleeggezin worden geplaatst, gaat het vaak niet vanzelf goed. Toch is het wel góed voor ze om in een pleeggezin op te groeien: daar leren de kinderen omgaan met andere mensen. Voor kinderen met een verstoorde hechting is er wel therapie.
De therapeut helpt de ouders om de band met hun kind weer goed te krijgen, op zo'n manier dat het kind er zich veilig bij voelt.



Wat is een angststoornis?
Bang in de supermarkt, bang om dood te gaan, bang om te eten waar andere mensen bij zijn. Mensen met een angststoornis zijn angstig in de meest alledaagse situaties. Zo angstig zelfs, dat hun leven er door ontregeld raakt. Ze worden beheerst door de angst. Vaak verwaarlozen zij hun studie, werk, interesses en vrienden. Daardoor kunnen zij vereenzamen.
Er zijn veel verschillende angststoornissen. Voorbeelden zijn:
  • een fobie voor iets specifieks, zoals vliegen, bloed of spinnen;
  • angst in situaties met andere mensen;
  • paniekaanvallen;
  • pleinvrees;
  • dwanggedachten en rituelen;
  • angst na een trauma;
  • scheidingsangst;
  • angst voor ziekte;
  • overmatige bezorgdheid.
U bent zeker niet de enige met een angststoornis. 20% van de Nederlanders heeft er ooit in zijn leven last van. Ongeveer 3% lijdt langere tijd aan een angststoornis. Angststoornissen zijn goed te behandelen met cognitieve gedragstherapie of medicijnen (antidepressiva). Soms is een combinatie van beide het beste.



Wat is een dwangstoornis?
Heb ik mijn paspoort bij me? Zit de deur op slot? Staat het koffiezetapparaat uit? Iedereen heeft wel eens een paar keer achter elkaar gecontroleerd of het koffiezetapparaat nu écht uit staat. Maar mensen met een dwangstoornis voeren zulke rituelen voortdurend uit. Bepaalde gedachten en beelden komen steeds terug; eraan ontsnappen is onmogelijk. Dit zijn dwanggedachten. Om de angst even kwijt te raken en zich beter te voelen, gaan mensen bijvoorbeeld eindeloos controleren, schoonmaken en wassen, dingen tellen, bidden, verzamelen of hamsteren. Dit zijn dwanghandelingen. Iemand met een dwangstoornis wordt er helemaal door in beslag genomen; ze kosten veel tijd en energie. Maar mensen móeten de handelingen doen om de angst voor datgene waar ze zo bang voor zijn te verminderen. Een gewoon sociaal leven is door de dwang bijna onmogelijk en ook werk en andere activiteiten komen in de knel. De persoon zelf vindt de dwang onzinnig, maar hóe overdreven hij zijn eigen gedrag ook vindt, hij kan de dwanghandelingen niet laten. Om de dwanggedachten en dwanghandelingen te verminderen, kunt u het beste cognitieve gedragstherapie gaan doen. Met een therapeut oefent u met situaties en leert u om bij dwanggedachten juist geen dwanghandelingen te doen. Dit heet exposure in vivo. Er zijn ook medicijnen die goed werken bij een dwangstoornis. Daar kunt u dus ook voor kiezen, al werkt cognitieve gedragstherapie beter. Ongeveer 1 op de 100 mensen heeft een dwangstoornis (gehad). Dwangstoornis hoort bij de groep angststoornissen.
Een andere naam voor dwangstoornis is obsessief-compulsieve stoornis.



Wat is een obsessieve-compulsieve stoornis?
De obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) is een psychische aandoening die in het DSM-IV is gecategoriseerd als angststoornis. De oude naam van de aandoening is dwangneurose. OCS komt in verschillende vormen voor, maar het meest voorkomende kenmerk is een obsessieve drang om bepaalde handelingen uit te voeren, die rituelen worden genoemd. De OCS-patiënt voert deze handelingen (compulsies) uit als reactie op dwangmatige gedachten (obsessies). Voor anderen lijken deze handelingen overbodig en zij hebben ook geen oog voor de details, maar voor de patiënt zijn deze handelingen van vitaal belang en moeten volgens een bepaald patroon worden uitgevoerd om vermeende nadelige gevolgen te voorkomen. Voorbeelden zijn het zeer vaak controleren of een deur gesloten is of het overmatig vaak wassen van de handen (niet te verwarren met de specifieke smetvrees of mysofobie).



Wat is een stemmingsstoornis?
Stemmingsstoornissen kenmerken zich door perioden met depressieve en/of manische klachten. Bij een depressie is er sprake van aanhoudende somberheid of verlies van plezier, in combinatie met andere klachten zoals minder energie, weinig zelfvertrouwen, schuldgevoelens, verstoorde slaap en minder eetlust.
Bij een manie is er sprake van een uitgelaten of prikkelarme stemming, in combinatie met toegenomen zelfvertrouwen, overmaat aan energie, minder slaapbehoefte en impulsief gedrag.

Veel mensen krijgen ooit in hun leven last van een stemmingsstoornis:
een aandoening zoals depressie of een bipolaire stoornis (manisch-depressieve stoornis)