 | | 
Licht, matig of ernstige verstandelijke beperkte jongeren (IQ < 70) Vóór de aanmelding van een kind op een gespecialiseerd KDV, MKD of een instelling voor Speciaal Onderwijs, wordt altijd eerst een vorm van toelatings- en/of diagnostisch onderzoek verricht. De aanmelder kan daardoor het IQ opvragen en opnemen in de aanmeldingsrapportage. Bij jonge kinderen tussen de 0 en 6 jaar is vaak wel een vermoeden van een ontwikkelingsachterstand, maar wordt nog geen intelligentietest afgenomen. Dan is het noodzakelijk in de rapportage te vermelden door wie de achterstand is vastgesteld en of die persoon daartoe bevoegd is. In twijfelgevallen verdient het aanbeveling om intern te overleggen met een gedragswetenschapper die kan vaststellen of sprake is van een duidelijke ontwikkelingsachterstand en een gerelateerde opvoedingsvraag.

Zwakbegaafde jongeren (IQ tussen 70 en 85) Het gaat hier om jongeren die op sociaal-emotioneel niveau beduidend lager functioneren dan op cognitief niveau. Bij zwakbegaafde kinderen met een ernstige sociaal-emotionele problematiek is sprake van een zeer specifieke opvoedingsvraag. Voor het vaststellen van het IQ bij deze kinderen geldt dezelfde procedure als voor de groep met een IQ lager dan 70. Via de ouders, dagopvang of school is na te gaan hoe het kind op het sociaal-emotioneel vlak functioneert. Wanneer hun prestaties op dit gebied sterk achterblijven bij hun cognitieve IQ leidt dat tot problemen in de sociale interactie en/of het gedrag. Het kind behoort zeker tot de doelgroep als het zwakbegaafd is in combinatie met volgende stoornissen:
- pervasieve ontwikkelingsstoornis of autisme
- ADHD
- Syndroom van Gilles de la Tourette
- oppositioneel-opstandige en anti-sociale gedragsstoornis
- agressie regulatiestoornis
- reactieve hechtingsstoornis
- angststoornis
- dwangverschijnselen
- obsessief-compulsieve stoornis: dwanggedachten, dwangvoorstellingen, dwanghandelingen
- stemmingsstoornis
Klik hier voor een uitleg van bovenstaande stoornissen. Alleen bevoegde gedragswetenschappers kunnen bovenstaande diagnoses stellen (en vermelden in de aanmeldingsrapportage).

Lichamelijk beperkte jongeren Het gaat hier om kinderen die als gevolg van hun lichamelijke beperking blijvende problemen ondervinden in hun ontwikkeling tot zelfstandigheid. Denk aan beperkingen in de zelfredzaamheid, mobiliteit en lichaamsbeheersing, bijvoorbeeld aankleden, lopen en eten. De beperkingen hebben te maken met stoornissen in het bewegingsapparaat of de interne organen. De kinderen zijn door hun lichamelijke beperking aangewezen op specialistische, AWBZ-gefinancierde hulpverlening zoals een gespecialiseerd KDV, Onderwijs voor lichamelijk beperkte jeugdigen of een Revalidatiecentrum.

Zintuiglijk beperkte jongeren . Deze groep jongeren bestaat uit twee categorieën.
Slechthorende en dove kinderen. Deze kinderen hebben een zogeheten ‘auditieve beperking’. Daarvan is sprake als er een substantiële stoornis in het gehoorvermogen wordt vastgesteld, eventueel in combinatie met communicatieve beperkingen. Auditieve stoornissen kunnen naar ernst worden onderverdeeld in:
- Gehoorbeperkt: gehoorverlies tussen de 35 en 70 dB in combinatie met ernstige sociaal- emotionele problematiek en spraak- of leerachterstand die te maken heeft met de gehoorbeperking.
- Zeer ernstig slechthorend: gehoorverlies > 70 dB
- Doof-functionerend: gehoorverlies tussen de 70 en 90 dB en additionele stoornis of ernstige beperking waardoor het kind als doof functioneert.
- Doof: > 90 dB
Slechtziende en blinde kinderen. Er is sprake van een ‘visuele beperking’ als ernstige stoornissen in het gezichtsvermogen zijn vastgesteld, eventueel in samenhang met beperkingen in het dagelijks functioneren. Visuele stoornissen kunnen naar ernst worden onderverdeeld in:
- Slechtziend: gezichtsscherpte tussen 6/18 (0,3) en 6/60 (0,1)
- Zeer slechtziend: gezichtscherpte tussen 6/60 (0,1) en 3/60 (0,005)
- Maatschappelijk blind: gezichtsscherpte tussen 1/60 en lichtperceptie
- Totale blindheid: geen lichtperceptie
Van een visuele stoornis is sprake als de gezichtscherpte van het beste oog ondanks optimale brilcorrectie gelijk of lager is dan 0,3 en/of het gezichtsveld kleiner of gelijk aan 30 graden is.
Alleen bevoegde gedragswetenschappers kunnen diagnoses over visuele of auditieve beperkingen stellen (en deze vermelden in de aanmeldingsrapportage).

Ernstig Meervoudig Beperkt (E.M.B.) Het gaat hier om kinderen die niet alleen ernstig lichamelijk en soms ook zintuiglijk beperkt zijn, maar daarnaast ook een lichte, matige of ernstige verstandelijk beperking hebben. Deze kinderen behoren op grond van een van hun beperkingen per definitie tot de doelgroep van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Omdat het om een landelijk erkende specifieke doelgroep betreft, vermelden we die hier nog eens expliciet.
0 tot 6 jarigen met verhoogd medisch risico op een blijvende beperking Kinderen kunnen een verhoogd medisch risico hebben om in de toekomst een beperking te ontwikkelen. Als een arts dit vaststelt is vanaf dat moment al specifieke ondersteuning wenselijk. Denk aan kinderen die hersenletsel hebben opgelopen als gevolg van mishandeling of kinderen van een alcoholverslaafde moeder.
Jongeren met een ernstige lichamelijke chronische of progressieve ziekte Hierbij kunt u denken aan een stofwisselingsziekte, aids, cystic fibromen of leukemie. De ontwikkeling van deze kinderen verloopt verstoord. Vastgesteld moet worden in welke mate de ziekte te maken heeft met een verstoorde ontwikkeling en een specifieke opvoedingsvraag. Hiervoor is overleg nodig tussen de arts/behandelaar een interne gedragswetenschapper en de aanmelder.

Kinderen van ouders met een beperking . Strikt genomen behoren ouders niet tot de doelgroep van de William Schrikker Groep. Maar als ze een beperking hebben die valt in een van de vier bovenstaande categorieën kan in het belang van de kinderen specialistische hulp noodzakelijk zijn. Voor lichamelijk en/of zintuiglijk beperkte ouders gelden de criteria die bij de kinderen met deze beperkingen beschreven staan. Ook voor ouders die cognitieve en sociaal-emotionele stoornissen hebben als gevolg van niet-aangeboren hersenletsel, kan hulpverlening door Jeugdbescherming en Jeugdreclassering passend zijn. |
|